Biografie

Jos (Johannes) Lussenburg werd in 1889 geboren in Enkhuizen, vlak onder de Drommedaris. Hij werd als kind al aangetrokken tot het leven op en rond de Zuiderzee: door zijn zeevarende opa, de in- en uitvarende schepen, het rondhangen en spelen met kameraden en het tekenen rond de haven. Ook de muziek kwam al vroeg in zijn leven: zijn vader nam de 6-jarige Jos mee naar de fanfare om de trom te leren slaan; hij bleek een talent en kreeg een jaar later ook vioollessen. Voor school had hij echter weinig interesse, hij was een vrijbuiter en volgde liefst zijn passies.

Ontwikkeling

Als oudste van acht kinderen in een gezin dat het niet breed had werd Jos al vroeg betrokken bij de kostwinning maar vond daarin z’n draai niet. Zijn ouders wilden hem niet het water op, hij mocht in de leer bij een timmerman om dan later bij Rijkswaterstaat te kunnen werken. Maar hijzelf wilde niet anders dan zijn hart volgen. En dat lag bij het musiceren, schetsen en schilderen, en bij het water. 
Helaas was het financieel niet haalbaar om die passies via een opleiding tot een succes te maken. Toen ze verhuisden naar Apeldoorn (1908-10) vanwege vaders gezondheid, moest Jos in dienst en kon er facteur (postbezorger) worden, een baan die hem de vrijheid verschafte om ’s avonds viool te kunnen spelen in circus of kroegjes. In het Gooi trok de familie naar Blaricum en ging Jos in Laren in kosthuis. Hij bleef schetsen en schilderen, maakte er vrienden voor het leven, maar een vioolstudie was er zijn hoofddoel. Middels een beurs werd hij aangenomen aan het conservatorium in Amsterdam waar hij in 1914 afstudeerde, vlák voor de mobilisatie aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. In het leger mocht hij een regimentkorps van musici samenstellen, waarmee hij als kapelmeester succesvol het land doortrok. Na beëindiging van de mobilisatie rondde hij nog zijn solostudie aan het conservatorium af. 

Jos trouwde in 1917 met Jantje Langedijk, eveneens afkomstig uit Enkhuizen. In zijn eerste baan verving hij tijdelijk de zieke Gerard Boedijn als directeur van de stedelijke muziekschool in Maastricht. Ze woonden twee mooie jaren in Limburg, waarin Jos ook tijd aan zijn schilderen kon besteden. Echter, toen hem het definitieve directeurschap werd aangeboden koos hij op dat moment tóch ineens voor de Veluwe. Een moeilijke maar dappere keuze.

De Veluwe 

De keuze voor de Veluwe was niet geheel onverwacht. Zijn ouders met hun gezin waren in die tijd net neergestreken in Nunspeet en hij had hen vanuit Limburg eens bezocht. Deze omgeving deed hem realiseren dat ook de zee hem sterk bleef trekken; Limburg zou hem op den duur te droog worden. In 1919 begonnen ze dus hun leven in Nunspeet, met hun éénjarig dochtertje Baukje Sjanzje, en later de zoons Johannes Koenraad en Ludwig. Ze zouden Nunspeet nooit meer verlaten en bleven er in hun eigenhandig verbouwde boerderij “De Thuishaven” aan de Bosweg wonen. 

Wonen en werken 

De havens van Harderwijk en Elburg lagen op steenworp afstand. Jos hoefde het niet langer meer zonder schip te stellen en legde zijn geliefde leven op en rond het water van de Zuiderzee schetsend en schilderend tot in groot detail vast. Zo werden ook de natuur en het Veluwse leven belangrijk deel van zijn oeuvre.
Aanvankelijk kende het gezin grote armoede. Jos fietste van de ene naar de andere muzieklocatie in de wijde omtrek. In korte tijd werd hij dirigent en leermeester van vele musici, koren, korpsen en orkesten. In Harderwijk richtte hij de streekmuziekschool op en ook het N.W. Veluws Symfonieorkest. Hij bracht de muziek onder mensen. Echter… een ernstige ontsteking aan zijn linker wijsvinger maakte in 1923 een abrupt einde aan zijn carrière als violist. 

De schilder Jos Lussenburg

Met het doek “Danse Macabre” drukte hij indringend zijn verdriet daarover uit. Lussenburg voelde zich ontmoedigd en teruggeworpen, maar gestimuleerd door zijn vrouw Jantje ging hij zich op het schilderen toeleggen. Overdag deed hij er alles aan om als autodidact zoveel mogelijk aspecten van het schildersvak te gaan beheersen. ‘s Avonds was hij onderweg om de muziek in stand te houden en tegelijk daarmee zijn inkomen veilig te stellen. Na 1945 kon zoon Hans (ook als musicus afgestudeerd) dit van hem gaan overnemen. 

Jos Lussenburg was een mensen-mens. En de mensen waren graag met hem. Hij had het vertrouwen van vissers, van gewone maar ook uitzonderlijke dorpsfiguren, boeren, zigeuners, zwervers, ook een spiritusdrinker.
Zij poseerden voor hem, op locatie onderweg of in zijn atelier.
In dat atelier in het achterhuisje (voorheen de varkensstal) huisden ook vaak collega’s of leerlingen die mee schilderden. Het grote atelier (voormalige koeienstal) was een sfeervolle expositie- en ontvangstruimte, waar ook met collega’s vele bijeenkomsten werden gehouden.
Onder zijn schildercollega’s ofwel zijn “Kunstkringvrienden” waren Arthur Briët, Jan van Vuuren, Zeegers (beeldhouwer), Henk de Jong en Marie Cremer. Nog voor 1940 kwamen ook Frans Huysmans, Ben Viegers en Hendrik Verburg. Chris ten Bruggenkate kwam bij De Jong wonen om het vak te leren. Korndörffer (vrijzinnig predikant) werd in die periode door Lussenburg aangemoedigd te gaan schilderen, zo ook Andries van der Beek en Jaap Hiddink. In de na-oorlogse periode kwamen Piet Bruins, Guusje Sundermeijer en Cor Vrendenberg naar Nunspeet. Wekelijks kwamen o.a. Geo Kouderer, Cornelis Korndörffer, Dienke de Vries Rohde, Piet Hak en zijn dochter Sjoerdtje Hak naar Nunspeet om samen te schilderen en in zijn atelier begeleid te worden. Jos noemde dat “ontbolsteren”. Hij gaf geen les in de zin van “zo moet het”, maar hielp waar nodig met technische aanwijzingen om een eigen stijl te vinden.

Invloeden

Lussenburg was zeer gehecht aan huis en haard, maar liet zich graag inspireren door nieuwe indrukken. In de 30-er jaren reisde hij enkele keren met twee Larense kunstvrienden, een architect en een musicus, naar Italië. Zijn werken van o.a. Florence, Pisa, Venetië en Verona, maar ook het Zwitserse en Beierse landschap getuigen hiervan. In de 50- en 60-er jaren zocht hij meer Frankrijk op, met name Normandië en in ’61 verbleef hij enige tijd aan de Cote d’Azur. Hij reed geen auto en heeft nooit gevlogen. Zijn kopers en liefhebbers bezochten hem in Nunspeet of vonden hem in exposities. Niet alleen in Nederland, ook in het buitenland werd zijn werk geëxposeerd en verkocht. Over de oceaan was hij dus zelf daarbij nooit aanwezig… Zijn doeken gingen vanaf de 30-er jaren per boot en later per vliegtuig naar exposities in o.a. New York, Los Angeles, Montreal, Vancouver, Algiers, Kaapstad en Johannesburg.
In Nederland hangt zijn werk in vele publieke ruimtes en meerdere musea, waaronder het Zuiderzeemuseum en het Noord-Veluws Museum.

Verbindende figuur

De Lus, zoals hij onder vrienden veel werd genoemd, was een verbindende figuur op de Noordwest-Veluwe, hij was een goed en geliefd luisteraar, coach, leermeester en redenaar en men deed tot het eind toe maar al te graag een beroep op hem. Aan het einde van WO2 werd hem door de burgemeester verzocht in de noodraad plaats te nemen. Nooit van plan verder de politiek in te gaan, werd hij door meerdere partijen daartoe verzocht. Echter Jos weigerde, hij was niet van een partij maar had naar zijn zeggen ‘slechts het belang van de hele gemeente’ gediend. Hij legde daarmee het fundament voor ‘Gemeentebelang’ in de politiek en bleef daarbij nog vele jaren betrokken. 
In de kunst liet hij zich niet verleiden tot de veelvuldig aan hem gevraagde versterking van groeperingen, die via ‘vernieuwing en modernisme’ beloofde steun wilden trekken. Wel sloot hij zich aan bij “het Palet” en werd er nog voorzitter. In 1968 ontving hij een Koninklijke onderscheiding. Maar ook verraste men hem in Nunspeet, Elburg, Apeldoorn en Harderwijk bij bijzondere gelegenheden (o.a. zijn 80e en 85e verjaardag) met ere-tentoonstellingen en festiviteiten. 

Jos Lussenburg overleed in zijn slaap op 28 juli 1975. Hij was nog lang niet klaar met schilderen – een nieuw opgezet doek stond nog nat op de ezel.